• Sanne

5 vragen aan groente expert Vera van Stokkom

Vera van Stokkom heeft gezondheidswetenschappen gestudeerd aan de VU en heeft de afgelopen 4 jaar een promotieonderzoek uitgevoerd naar de rol van smaak bij de acceptatie van groenten. Afgelopen december is zij gepromoveerd in Wageningen. Op dit moment geeft Vera les bij Hogeschool Inholland binnen de studierichting Food Commerce & Technology. Na het lezen van haar proefschrift vegetable acceptance werd onze interesse voor haar werk verder gewekt. Hoogste tijd om verder in gesprek te gaan met Vera over dit interessante thema!



Wat was voor jou de aanleiding om het proefschrift vegetable acceptance te schrijven?

Toen ik studeerde bij Inholland ben ik stage gaan lopen bij het Voedingscentrum. Dit vond ik erg leuk. Tijdens mijn bachelor ben ik een tijd naar Kopenhagen gegaan om me verder te verdiepen in het vak Human Nutrition. Op dat moment wist ik dat ik echt iets met gezondheid wilde gaan doen. Na mijn bachelor ben ik gaan doorstuderen en na mijn master wilde ik gaan promoveren. Ik wilde graag iets gaan doen met smaak en groenten en dit specifiek gericht op kinderen. Groenten zijn duurzaam en gezond en er is nog veel winst te behalen omdat veel mensen onvoldoende groenten eten. Momenteel hou ik me vooral bezig met kansen voor gezonde productontwikkeling en wat wel en niet werkt.


In jouw boek beschrijf je dat consumptie van groenten bij kinderen is toegenomen in de meeste landen maar nog steeds onder de aanbevolen hoeveelheid ligt. Hoe kan dit verklaard en verbeterd worden?

Het is heel lastig om te zeggen hoe het komt dat de groenteconsumptie bij kinderen nog steeds onder de aanbevolen hoeveelheid ligt. Uit een vergelijking tussen meerdere landen (Vereecken et al, 2015) blijkt dat groenteconsumptie in de loop der tijd wel mondjesmaat is toegenomen. Volgens de laatste Voedselconsumptiepeiling is de consumptie in Nederland echter gelijk gebleven.

Een verklaring voor de lage groenteconsumptie kan zijn dat er bij sommige kindjes sprake is van voedselneofobie, de angst voor onbekend voedsel, waardoor ze vaak moeten wennen aan nieuwe smaken. Wat je ziet bij baby’s is dat je tot 1.5 jaar nog best wel veel verschillende smaken voedsel kan geven en daarna willen ze het ineens niet meer. Dit kan te maken hebben met picky/ fussy eating, ook wel bekend als kieskeurig eten. Bij sommige kinderen is dit verschijnsel extreem aanwezig. Ik was bijvoorbeeld een enorme picky fussy eater tot heel laat in mijn leven.

Een andere verklaring voor de relatief lage groenteconsumptie kan te maken hebben met evolutie. Onze voorouders leefden in tijden van schaarste. Tijdens deze periode hadden we een betere kans op overleving als we gingen voor zoete en vette producten en als we giftige plantenstoffen die we niet lekker vonden vermeden. Deze mensen, onze voorouders hebben het hierdoor overleefd dus het is helemaal niet zo gek dat we een voorkeur voor zoete en vette smaken hebben. Deze voorkeuren sluiten alleen niet heel goed aan op een gezond dieet, dat vaak bitterder in smaak is. Mogelijk is de voedselneofobie bij jonge kinderen daarom ook zo hoog.


In je boek beschrijf je dat acceptatie van groenten kan veranderen tijdens verschillende levensfases. Kan je hier iets meer vertellen?

Als je ouder wordt, word je blootgesteld aan steeds meer verschillende smaken waar je aan gewend raakt. Mensen vinden bijvoorbeeld de bittere smaak van bier of koffie niet direct lekker, dit komt vaak pas later in hun leven. Dit heeft te maken met een stukje gewenning en een stukje smaakverandering van je receptoren. Dus hoewel we onze natuurlijke voorkeuren hebben, kan je deze bijvoorbeeld door herhaalde blootstelling wel aanpassen.


Wat is het verschil tussen kinderen en volwassenen wanneer er gekeken wordt naar acceptatie van groenten?

Enerzijds kunnen kinderen minder goed onderscheid maken tussen smaakintensiteiten en ze zijn waarschijnlijk gevoeliger voor bittere smaken. Deze gevoeligheid neemt een stukje af als kinderen ouder worden. Anderzijds is familiarity ofwel vertrouwdheid ook een belangrijke factor die invloed heeft op de smaakvoorkeuren van kinderen. Blootstelling aan verschillende smaken verhoogt familiarity en daardoor is er minder sprake van voedselneofobie. Daarom is het niet zo gek dat je als volwassene eerder bittere smaken accepteert dan als kind, zoals koffie of bier (Birch, 1999).

Welke tip zou je nog willen meegeven aan alle ouders of opvoeders die deze blog lezen?

Probeer groenten meerdere keren aan te bieden aan je kindje, blijf proberen en maak er geen wedstrijd van. Als ouder moet je soms accepteren dat het iets moeilijker gaat. Iedere ouder wil graag dat zijn of haar kind gezond eet, maar sommige dagen lukt het gewoon niet. Geef er niet te veel aandacht aan als je baby een keer niet wil proeven, dan probeer je het de volgende keer gewoon weer. Baby’s hebben tijd nodig om te wennen aan de smaak van groente.


Bronnen:

1. Birch, L.L. (1999). Development of food preferences. Annual Review of Nutrition, 19(1), 41-62.

2. Van Stokkom, V. (2018). Vegetable acceptance: a bittersweet story. Role of taste in acceptance of vegetables. Nederland: GVO Drukkers & Vormgevers.

3. Vereecken, C., Pedersen, T.P., Ojala, K., Krolner, R., Dzielska, A., Ahluwalia, N. et al. (2015). Fruit and vegetable consumption trends among adolescents from 2002 to 2010 in 33 countries. European Journal of Public Health, 25(2), 16-9.

schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang €2 korting bij je eerstvolgende bestelling in onze webshop

volg ons op social media

  • Facebook - Black Circle
  • Instagram - Black Circle

© 2019 pure baby foods | privacy verklaring | cookiebeleid | Amsterdam, Nederland